In de pers

Nieuwe mix voor mentorlessen in vmbo

Bij de start van dit schooljaar verscheen de nieuwe methode MentorMix. De methode biedt lessen rond studievaardigheden, sociale vaardigheden en toepasselijke thema's voor leerlingen in het vmbo. “De lessen blijken zozeer motiverend dat leerlingen betrokken raken, zelfs op donderdagmiddag om drie uur!”, aldus docentopleider Arlou Smolders.

Naast vakdocent zijn de meeste docenten ook mentor. Het mentoraat is primair bedoeld om de individuele leerling te begeleiden op zijn weg naar volwassenwording. Voor scholen betekent het dat het zwaartepunt ligt op twee onderdelen: de begeleiding bij een succesvol leerproces en bij de sociaal-emotionele en psychologische ontwikkelingen van de individuele leerling.

Voor het oplossen van misstanden en problemen in de samenleving wordt er steeds vaker en sneller naar de school verwezen als ‘eerste hulp bij ongelukken’. De samenstellers van de methode hebben bij de keuze van de onderwerpen van de lessen zoveel mogelijk rekening gehouden met hetgeen er op dit moment in de samenleving speelt.

Lege handen

Joke Diependaal (52), docente en mentor van een 3e klas kaderberoeps geeft les op de afdeling economie van Echnaton. Zij merkt op: “Deze methode stelt belangrijke onderwerpen aan de orde, die anders nooit aan bod komen. MentorMix spreekt de taal van mijn leerlingen en zet hen aan het denken. De leerlingen zijn enthousiast over het leerlingenboek.”

Pak je leerlingen met een onderwerp dat hun interesse heeft, dan heb je een prima uur, komt de discussie van de grond en is bijna iedereen betrokken. Maar zelfs de meest ervaren docenten missen soms concreet lesmateriaal om élke week een nieuw onderwerp te behandelen of om vaardigheden te trainen.

“Bepaalde onderwerpen zijn zo lastig bespreekbaar te maken dat je als mentor soms geneigd bent signalen te negeren. Jammer genoeg komt het onderwerp later vaak als een probleem terug in de vorm van ruzies of zelfs vechtpartijen. Daarom is het zaak dat leerlingen wennen aan het bespreken van onderwerpen die voorkomen op school. Concreet en aantrekkelijk lesmateriaal is op zo’n moment onontbeerlijk”, aldus Joke Diependaal.

In het boekje voor 3-vmbo zitten 40 kant-en-klare lessen, elk over een ander onderwerp. Bij de keuze van de onderwerpen is rekening gehouden met de wens van mentoren en van leerlingen. Een vaardigheid als spullen meenemen staat hoog genoteerd op het wensenlijstje van de mentoren. Een onderwerp als bereikbaarheid spreekt de leerlingen direct aan.

“Natuurlijk hadden de leerlingen ook kritiek”, gaat Joke Diependaal verder. “De uitgave is zwart-wit en ze hebben liever een werkboek met veel kleuren en illustraties”.

Personeelskamer

Pim Post (23), docent lichamelijke opvoeding op OSG Echnaton in Almere, heeft een mentorklas die het lastig vindt opdrachten op tijd in te leveren en tijdens de les door te werken. “In de personeelskamer klagen collega's hierover regelmatig. Met 'Talent en discipline' uit Mentormix heb ik dit probleem op een ontspannen wijze behandeld en is het deels opgelost. Het is fijn dat ik nu een boek achter de hand heb. Onderwerpen als ‘indelen van je tijd’ en ‘samenwerken’ en ‘bijbaantjes’ zien leerlingen niet zo snel als een onderwerp voor de mentorles. Toch komen deze onderwerpen aan bod om leerlingen een zo breed mogelijk ontwikkelingsperspectief te bieden. Deze mix van studievaardigheden en sociale vaardigheden, actuele en interessante thema's zorgt ervoor dat afwisseling mogelijk is. Het oefenen van sociale vaardigheden is hard nodig. Leerlingen vinden het echter vreselijk om daar elke week mee lastig gevallen te worden.”

Relaxt lesgeven

Uitgever Arlou Smolders kent als docentenopleider de problemen met leerlingbegeleiding in het vmbo. “Het is niet zo dat alleen beginnende docenten en bijvoorbeeld zij-instromers de begeleiding van de mentorklas een hele klus vinden. Bij hen is het vaak wel sneller zichtbaar dat het niet ´zomaar´ gaat. Wat er al bestaat op het gebied van mentorlessen is niet altijd specifiek voor het vmbo geschreven en is pas toepasbaar na intensieve cursussen. Bovendien ontwikkelen de minder competente mentoren zich nu eenmaal niet zo snel. “De opzet van de opdrachten is simpel: iedere les start met het activeren van de voorkennis van de individuele leerlingen. Daarna gaan de leerlingen in kleine groepjes aan het werk. Het materiaal is zodanig gemaakt dat de mentor en de leerlingen rustig met elkaar in de klas kunnen werken en praten. Er is gekozen voor een luchtige benadering van serieuze onderwerpen, een mentor kan eenvoudig in gesprek komen met zijn leerlingen.

Zelfstandig

Op scholen waar leerlingen veel zelfstandig mogen werken kunnen leerlingen zelf aan de slag met thema’s waarin zij geïnteresseerd zijn.

De opbouw van de lessen kent geen dwingende volgorde en door de opzet kunnen de leerlingen kiezen hoe diep ze op het onderwerp willen ingaan. De leerlingen zoeken zelf uit aan welke onderwerpen ze werken en in welk tempo In het werkboek komen naast individuele opdrachten ook groepsopdrachten voor. Voor leerlingen die extra stof aankunnen, is er het kopieerblad en de afsluitende opdracht in het docentenboek.

Aan het werk

De lessen zijn gemaakt door docenten uit het vmbo. Die weten hoe belangrijk een goede mentorles is. In ieder gewenst lokaal kan de mentor met de compleet uitgewerkte lessen aan de slag. Een bijkomend voordeel is dat de methode betaalbaar is voor iedere school.

Van twaalf tot achttien, het VAKblad voor het voortgezet onderwijs - nr. 4 (april 2008)

Artikel
« Terug